Veiligheid laat zich niet accrediteren
Van de week had ik een gesprek over een mogelijke samenwerking met een organisatie die de zorg wil veranderen. Op dit moment zijn daar vooral GZ-psychologen en therapeuten bij aangesloten, maar de vrouw met wie ik sprak wilde onderzoeken of er ook voor mij een plek kon zijn binnen hun pool van behandelaars.
Ze zou daar haar best voor doen, zei ze, maar wilde tegelijkertijd mijn verwachtingen temperen. Het zou waarschijnlijk lastig worden, omdat bedrijven hun medewerkers nu eenmaal het liefst laten begeleiden door erkende professionals.
Daar kwam nog iets bij. Een aantal aangesloten psychologen en therapeuten had blijkbaar al laten doorschemeren dat zij mogelijk zouden opstappen wanneer de organisatie ook met mensen uit de holistische wereld zou gaan samenwerken. Eén van hen zou daarbij hebben gezegd:
"Ik heb tienduizend euro uitgegeven aan mijn opleiding, en dan komen zij zomaar eens kijken."
Ik keek de vrouw tegenover mij vol ongeloof aan. Niet omdat ik iets tegen opleidingen, registraties, wetenschappelijke kennis of professionele kaders heb. Integendeel. Wanneer je werkt met mensen die kwetsbaar zijn, horen daar kennis, verantwoordelijkheid, toetsing en duidelijke grenzen bij.
Maar dit gesprek ging voor mij uiteindelijk niet over opleidingen.
Het ging over iets veel fundamentelers.
Over de vraag wat zorg werkelijk veilig maakt. Over trauma, het lichaam, vertrouwen en de verantwoordelijkheid die iedere behandelaar draagt zodra een ander mens zich kwetsbaar aan hem of haar toevertrouwt.
Want veiligheid laat zich niet accrediteren.
Een diploma kan iets zeggen over de route die iemand heeft afgelegd. Een registratie kan iets zeggen over bevoegdheid en toetsing. Maar geen van beide garandeert dat iemand werkelijk kan afstemmen, luisteren, begrenzen of een veilige bedding kan bieden wanneer een mens met zijn of haar diepste kwetsbaarheid tegenover je komt zitten.
En precies dát is de vraag die sinds dat gesprek niet meer uit mijn hoofd is verdwenen.
Deskundigheid is meer dan een route door een instituut

Wie zegt dat ik geen tienduizenden euro’s heb geïnvesteerd in opleidingen, trainingen, persoonlijke ontwikkeling, supervisie, materialen en jarenlange verdieping?
Wie bepaalt dat alleen een academische route een serieuze route is?
En waarom voeren we dit gesprek überhaupt op basis van geld, duur en titels, alsof deskundigheid een wedstrijd is waarvan de winnaar degene is met het duurste papiertje aan de muur?
Ik ben niet opgeleid tot GZ-psycholoog en ik zal mij nooit als zodanig voordoen. Ik stel geen diagnoses waarvoor ik niet ben opgeleid en ik verwijs door wanneer iemand zorg nodig heeft die buiten mijn kennis, bevoegdheid of verantwoordelijkheid valt.
Mijn werk heeft een andere ingang.
Ik werk met het lichaam, het autonome zenuwstelsel, aanraking, adem, klank en aanwezigheid. Ik luister naar wat iemand vaak allang begrijpt, maar nog niet werkelijk in haar lichaam heeft kunnen verwerken.
Dat mijn werk niet binnen het reguliere zorgsysteem is geaccrediteerd, betekent niet dat het vrijblijvend is. Het betekent niet dat ik zonder kennis, ethiek of verantwoordelijkheid handel. Het betekent evenmin dat mijn werk minder waardevol is voor mensen die via woorden alleen niet meer verder komen.
Toch wordt waardevolle kennis nog altijd vaak pas serieus genomen wanneer een instituut haar heeft onderzocht, beschreven en goedgekeurd.
Alsof kennis pas begint te bestaan zodra zij in een boek wordt vastgelegd.
Van oudekennis naar goedgekeurde interventie
De manier waarop wij vandaag bepalen wat als geldige kennis geldt, is niet neutraal ontstaan. Zij is gebouwd binnen systemen waarin macht, wetenschap, religie, geneeskunde en politiek eeuwenlang voornamelijk in handen waren van mannen.
Dat waren niet simpelweg wat oude mannen die toevallig iets opschreven. Het waren systemen waarin een beperkte groep mocht bepalen welke kennis betrouwbaar was, wie haar mocht uitoefenen en wie als deskundig werd gezien.
Kennis die generaties lang binnen gemeenschappen werd gedragen, vaak door vrouwen, vroedvrouwen, kruidenkundigen, healers en verzorgers, werd naar de rand geduwd zodra zij niet paste binnen het opkomende medische en wetenschappelijke model. Wat niet meetbaar, controleerbaar of institutioneel overdraagbaar was, verloor al snel zijn status. Niet noodzakelijk omdat het waardeloos was, maar omdat het niet binnen de dominante vorm van kennisverwerving paste.
Kruidenkennis, geboortezorg, aanraking, adem, klank, ritme, ceremonie en het vertrouwen op het zelfherstellend vermogen van het lichaam bestonden al lang voordat iemand daar een protocol, opleiding of beschermd beroep van maakte.
Veel van wat ooit als primitief, onwetenschappelijk of bijgelovig werd weggezet, wordt nu opnieuw onderzocht en in aangepaste vorm teruggebracht. Dan heet ademwerk ineens een regulatietechniek, krijgt meditatie het predicaat evidence-based en ontdekken onderzoekers dat ritme, aanraking, geluid en verbondenheid invloed hebben op het zenuwstelsel.
Alsof het allemaal nieuw is en ons lichaam daar eeuwenlang op heeft gewacht.

Begrijp me goed: ik ben niet tegen wetenschap. Wetenschap kan ons helpen onderscheiden wat werkelijk bijdraagt, wat onder bepaalde omstandigheden werkt en waar risico’s liggen. Maar wetenschap creëert de werkelijkheid niet. Zij onderzoekt wat er al is.
En precies daar begint het voor mij te wringen. Want hoe vaak gebeurt het niet dat iets jarenlang als alternatief wordt weggezet, om vervolgens zonder moeite te worden opgenomen zodra het in wetenschappelijke taal is vertaald en door het juiste instituut is goedgekeurd? Ademwerk wordt regulatie. Meditatie wordt mindfulness. Beweging wordt somatische interventie. Klank wordt ineens interessant zodra er woorden als frequentie, resonantie of zenuwstelselregulatie naast worden gezet.
Laat ik daarom ook een ongemakkelijke vraag stellen aan de BIG-geregistreerde collega die weinig opheeft met de holistische manier van werken.
Hoe vaak loop jij zelf met een yogamat onder je arm naar een studio?
Hoe vaak ga je naar pilates omdat je merkt dat je lichaam behoefte heeft aan beweging, kracht of ontspanning?
Hoe vaak gebruik je thuis bewust je adem nadat je een stressvolle dag hebt gehad?
Hoe vaak luister je naar muziek om tot rust te komen, wandel je in de natuur om je hoofd leeg te maken of adviseer je een cliënt om beter te slapen, meer te bewegen en vaker contact te maken met het lichaam?
Waarschijnlijk vind je dat allemaal heel normaal. En terecht.
Maar waarom wordt dezelfde kennis ineens verdacht zodra iemand haar professioneel aanbiedt vanuit een holistische praktijk?
Waarom is yoga geaccepteerd zolang het een les in de sportschool is, maar wordt lichaamswerk met argwaan bekeken zodra het onderdeel wordt van een begeleidingsproces?
Waarom mag ademhaling helpen bij stress, maar wordt ademwerk nog steeds weggezet als zweverig?
Waarom wordt meditatie serieus zodra zij in een protocol staat, terwijl de tradities waaruit zij voortkomt eeuwenlang niet als volwaardige kennis zijn erkend?
Het lijkt er soms op dat niet de methode het probleem is, maar wie haar aanbiedt, welke taal eraan wordt gegeven en of het juiste instituut er inmiddels zijn stempel op heeft gezet.
Dat betekent niet dat alles wat oud, spiritueel of holistisch is automatisch veilig of werkzaam is. Ook binnen mijn eigen vakgebied zie ik mensen werken op een manier die niet bij mijn standaard past. Er zijn begeleiders bij wie ik zelf geen sessie zou boeken en aan wie ik ook niet zonder nadenken iemand zou doorverwijzen.
Maar mijn persoonlijke standaard is niet de enige maatstaf. Iemand kan anders werken dan ik en toch precies de juiste begeleider zijn voor degene die tegenover hem of haar zit. De wezenlijke vraag is of die mens zich gehoord, gezien en serieus genomen voelt, of grenzen worden gerespecteerd, of autonomie behouden blijft en of de begeleider eerlijk is over wat hij of zij wel en niet kan.
Dat is uiteindelijk waar zorg op getoetst zou moeten worden.
Niet alleen aan een titel.
Niet alleen aan een methode.
Niet alleen aan de goedkeuring van een instituut.
De verantwoordelijkheid voor veiligheid ligt bij de behandelaar die een ander mens vraagt zich aan hem of haar toe te vertrouwen.
Waar praten niet meer verder komt
Veel cliënten die bij mij komen, hebben al jaren gesproken. Ze hebben hun verleden onderzocht, hun patronen herkend en geleerd woorden te geven aan wat hun is overkomen. Vaak kunnen ze rationeel heel helder uitleggen waarom ze reageren zoals ze reageren.
Ik ben de psychologen en therapeuten die dat werk met hen hebben gedaan regelmatig oprecht dankbaar. Juist omdat er al zoveel bewustzijn aanwezig is, kunnen we in mijn praktijk soms sneller naar een andere laag.
Want begrijpen dat je veilig bent, betekent niet automatisch dat je lichaam veiligheid ervaart.
Je kunt precies weten waar je pleasegedrag vandaan komt en toch opnieuw ja zeggen terwijl alles in je lichaam nee roept. Je kunt begrijpen waarom je bevriest en toch je stem verliezen zodra iemand boos wordt. Je kunt rationeel weten dat het verleden voorbij is, terwijl je zenuwstelsel nog steeds leeft alsof het ieder moment opnieuw kan gebeuren.
Het hoofd kan een sluitend verhaal hebben, terwijl het lichaam blijft wachten op een ervaring die het nog niet heeft gehad.
Daar ligt mijn werk.
Niet tegenover de psycholoog, maar op een andere plek in hetzelfde menselijke landschap.
Een titel is geen garantie voor veiligheid
Wat ik niet langer accepteer, is dat mensen vanuit een beschermde positie neerbuigend spreken over lichaamswerk en holistische begeleiding, terwijl een beschermde titel aantoonbaar geen garantie is voor veilige zorg.
Ik heb daar te veel voor gezien en gehoord.
Zo raakte iemand die mij zeer dierbaar is op een bepaald moment volledig de weg kwijt. Ze was nauwelijks bereikbaar voor de mensen om haar heen, ik voelde dat het niet goed ging en merkte dat zij steeds verder van zichzelf verwijderd raakte.
Op dat moment wist ik nog niet wat daaraan vooraf was gegaan.
Pas later hoorde ik dat zij een intensief EMDR-traject had gevolgd. Vier dagen achter elkaar, van ongeveer acht uur in de ochtend tot tien uur in de avond. Zij zat thuis, alleen achter een scherm, terwijl de behandelaar zich op een andere locatie bevond.
Er mocht niemand bij haar zijn. Zelfs haar hond moest het huis uit.
Zij had ingestemd met het traject omdat zij geloofde dat de behandelaars het beste met haar voor hadden. Zij vertrouwde op hun kennis, hun positie en hun oordeel. Toen ik achteraf hoorde wat er was gebeurd, vielen voor mij de puzzelstukjes op hun plaats. De timing, haar onbereikbaarheid, de diepe ontregeling en het feit dat zij zichzelf volledig leek kwijt te zijn geraakt: ineens kreeg het geheel een context.
Zij heeft later zelf bevestigd dat dit traject volgens haar een grote rol heeft gespeeld in wat er daarna met haar gebeurde.
Ik was niet aanwezig tijdens de behandeling en ik ken niet iedere klinische afweging die vooraf is gemaakt. Ik kan dus niet vanuit de behandelkamer spreken. Maar ik kan wel spreken over wat ik daarna heb ervaren. Ik zag een vrouw die niet gewoon moe, emotioneel of tijdelijk uit balans was. Ik zag iemand die nauwelijks nog bereikbaar was en zo diep was weggezakt dat haar veiligheid werkelijk in het geding kwam.
En dan stel ik vragen.
Wie bewaakte haar veiligheid terwijl zij alleen thuis zat?
Wie kon ingrijpen wanneer zij ernstig ontregelde?
Wie ving haar op na zulke lange dagen?
Hoe werd beoordeeld of haar zenuwstelsel deze intensiteit nog kon dragen?
En waarom moest iemand die met diep trauma werkte juist volledig alleen zijn?
Bij traumawerk is veiligheid geen voetnoot. Veiligheid is niet een formulier, een protocol of een regel in een behandelplan.
Veiligheid is de bedding waarin het hele proces rust.
Wanneer je iemand zo diep opent, draag je ook verantwoordelijkheid voor wat er daarna gebeurt.
Een erkende methode ontslaat niemand daarvan. Een beschermde titel evenmin.
De verhalen die systemen liever niet horen
In de tijd dat ik mijn eigen stichting had voor hulpverleners met beroepsmatige PTSS, voerde ik urenlange gesprekken met mensen die allang niet meer het gevoel hadden dat zij in een zorgsysteem zaten dat hen beschermde.
Eén van hen was een man die op dat moment al zeven jaar in behandeling was bij een korpspsycholoog van de politie. In al die jaren werd niet alleen geprobeerd hem te behandelen, maar werd ook steeds opnieuw beoordeeld of hij wel in aanmerking kwam voor de status van beroepsmatige PTSS. Aan die erkenning zat een financiële vergoeding verbonden.
Een van de interventies die hij moest ondergaan, was dat hij iedere week verplicht een uur naar doden moest kijken in een mortuarium. Alsof herhaalde blootstelling zonder voldoende bedding, menselijkheid en afstemming vanzelf tot herstel zou leiden.
Ik sprak persoonlijk uren met deze man. Hij vertelde mij dat hij het traject allang niet meer als zorg ervoer. Voor zijn gevoel waren het pesterijen geworden. Alsof er steeds opnieuw iets nieuws werd bedacht in de hoop dat hij uiteindelijk zelf zou opgeven voordat de status werd toegekend en de bijbehorende schadevergoeding moest worden uitbetaald. Wanneer de ene aanpak niet werkte, volgde er volgens hem weer een nieuwe toets, een volgende behandeling of een andere manier waarop hij moest bewijzen dat zijn klachten werkelijk ernstig en beroepsgerelateerd genoeg waren.
Ik kan niet vaststellen welke intenties er achter iedere beslissing lagen. Ik kan wel benoemen wat zeven jaar van behandelen, toetsen, wachten en jezelf steeds opnieuw moeten bewijzen met een mens doet.
Deze man was niet alleen bezig te herstellen van wat hij tijdens zijn werk had meegemaakt. Hij moest zich ook voortdurend verantwoorden tegenover hetzelfde systeem dat hem had moeten beschermen.
Wanneer een behandelaar onderdeel is van dezelfde organisatie die mede bepaalt of iemand recht heeft op erkenning en financiële compensatie, ontstaat er een fundamenteel spanningsveld. Hoe vrij kan een cliënt zich dan werkelijk voelen om zich over te geven aan de behandeling? Hoe veilig voelt zorg wanneer iedere interventie ook als een nieuwe toets kan worden ervaren? En hoeveel vertrouwen blijft er over wanneer iemand na zeven jaar niet het gevoel heeft geholpen te worden, maar murw gemaakt?
Dit was geen verhaal dat ik via-via hoorde. Ik zat tegenover deze man. Ik sprak uren met hem. Ik hoorde wat het jarenlange traject met hem had gedaan en voelde hoe diep zijn wantrouwen inmiddels zat. Niet alleen tegenover de behandelaar, maar tegenover het hele systeem waarvan hij ooit had verwacht dat het hem zou opvangen.
Ik sprak ook over een korpspsycholoog die aan het einde van een gesprek met een vrouw die had verteld dat zij met drie afscheidsbrieven voor haar dochters rondreed en zichzelf het liefst voor de trein wilde gooien, nog snel benoemde dat zij waarschijnlijk niet in aanmerking zou komen voor de status van beroepsmatige PTSS.
Misschien was die informatie procedureel relevant.
Maar timing is ook zorg.
Afstemming is ook zorg.
Beseffen wat jouw woorden op dat moment doen met een mens die op het randje staat, is ook zorg.
Op dat moment gaf die psycholoog haar geen bedding. Ze gaf haar bijna het reisschema van de NS.
Gelukkig vond deze vrouw uiteindelijk iemand buiten de reguliere route bij wie zij wel werkelijk werd gezien. Ze leeft. Ze heeft haar leven terug.
Dat bewijst niet dat alternatieve zorg altijd beter is.
Het bewijst dat de juiste hulp niet altijd gevonden wordt op de plek die officieel het meest erkend is.
Ik zag daarnaast hoe psychologen en andere behandelaars soms jarenlang blijven trekken, porren en sturen, terwijl zij in dienst zijn van een organisatie die zelf belang heeft bij de uitkomst van een traject. Een cliënt kan denken dat de behandelaar volledig naast haar staat, terwijl diezelfde behandelaar ook verantwoording aflegt aan een korps, werkgever, arbodienst of verzekeraar.
Dat spanningsveld vraagt enorme integriteit en transparantie. Een registratie alleen lost dat niet op.

En nee, de holistische wereld is ook niet heilig
Als je denkt dat ik nu ga beweren dat het binnen de holistische wereld allemaal beter geregeld is, dan moet ik je teleurstellen.
Ook daar zie ik mensen werken op een manier die niet bij mij past. Soms kijk ik naar een methode, een uitspraak of een manier van begeleiden en weet ik heel duidelijk: zo zou ik het niet doen. Bij sommige professionals zou ik zelf geen behandeling boeken en ook niet zomaar een cliënt onderbrengen.
Maar mijn persoonlijke standaard is niet automatisch de maatstaf voor de hele wereld.
De vraag is uiteindelijk niet of iemand werkt zoals ik werk. De vraag is of de mens die daar komt zich werkelijk gehoord, gezien en veilig voelt. Of iemand eerlijk is over wat hij wel en niet kan. Of er wordt doorverwezen wanneer dat nodig is. Of iemand de autonomie van de cliënt bewaakt, in plaats van afhankelijkheid te creëren.
Er zijn begeleiders die niet volgens mijn visie werken en die toch precies de juiste persoon blijken te zijn voor degene die tegenover hen zit. Dat is niet aan mij om te beoordelen.
Waar ik mij wél tegen verzet, is de mythe dat een beschermde titel automatisch veiligheid garandeert en een holistische achtergrond automatisch wantrouwen oproept.
Veiligheid ontstaat niet uit een stroming.
Veiligheid ontstaat uit de mens die tegenover je zit.
Waar ik mij tegen verzet, is de mythe dat regulier automatisch veilig is en holistisch automatisch verdacht.
Waar ik mij tegen verzet, is de arrogantie waarmee sommige mensen hun titel gebruiken om andere vormen van kennis kleiner te maken.
Waar ik mij tegen verzet, is het idee dat een systeem dat zichzelf heeft aangewezen als eigenaar van geldige kennis vervolgens niet meer kritisch naar zijn eigen schade hoeft te kijken.
Want uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid niet bij het instituut, het protocol of het papiertje.
De verantwoordelijkheid voor
veiligheid ligt bij de behandelaar
die een ander mens vraagt zich aan hem of haar toe te vertrouwen.
Mijn doel is niet dat iemand mij nodig blijft hebben
Mijn streven is dat cliënten mij uiteindelijk niet meer nodig hebben. Ik wil niet dat iemand afhankelijk blijft van mijn sessies, mijn stem of mijn bevestiging.
Ik wil dat zij leren voelen waar hungrens ligt. Dat zij merken wanneer het lichaam spanning opbouwt. Dat zij durven uit te spreken wat niet klopt en niet langer toestemming nodig hebben om zichzelf serieus te nemen. Dus ook dat ze durven zeggen, ik heb jou niet meer nodig.
Ik wil dat zij hun eigen kompas terugvinden.
Soms is lichaamswerk daarvoor de juiste ingang. Soms soundhealing. Soms een gesprek met een psycholoog, een arts, een psychotherapeut of een andere specialist. Soms is een combinatie nodig.
De mens is te veelzijdig om door één methode, één beroepsgroep of één systeem volledig te worden omvat.
Juist daarom geloof ik dat regulier en holistisch complementair aan elkaar kunnen zijn.
Niet omdat we elkaar kritiekloos moeten omarmen. Niet omdat alles ineens met alles gecombineerd moet worden. En ook niet omdat we onze verschillen moeten wegpoetsen.
Maar omdat de cliënt meer verdient dan onze territoriumdrift.
Laten we elkaar
in het midden ontmoeten
Ik wil graag samenwerken met psychologen. Met professionals die hun kennis niet als wapen gebruiken, maar als gereedschap. Met mensen die stevig genoeg in hun eigen vak staan om nieuwsgierig te blijven naar wat zij nog niet kennen.
Ik wil kunnen zeggen: deze cliënt heeft iets nodig wat jij beter kunt bieden.
En ik wil dat een psycholoog kan zeggen: deze cliënt begrijpt alles, maar haar lichaam blijft op scherp staan; misschien kan lichaamswerk iets toevoegen.
Dat is geen verlies van status.
Dat is goede zorg.
Dus ben jij GZ-psycholoog, psychotherapeut of werkzaam binnen de reguliere geestelijke gezondheidszorg en voel jij dat zorg groter mag zijn dan jouw eigen vakgebied? Reik dan naar mij uit.
Laten we samen die brug bouwen. Niet om onze werelden samen te voegen tot één grijze middenweg, maar om elkaar te leren kennen, elkaars grenzen te respecteren en te onderzoeken waar samenwerking werkelijk iets kan betekenen.
En ben jij nieuwsgierig naar wat soundhealing of lichaamswerk doet, maar ken je het alleen uit verhalen, aannames of theorie? Dan nodig ik je uit om het zelf te ervaren.
Voor GZ-psychologen en psychotherapeuten bied ik een kennismakingssessie aan tegen een speciaal tarief.
Niet omdat ik jouw goedkeuring nodig heb.
Maar omdat een ervaring soms meer laat zien dan een discussie ooit kan uitleggen.
Volgens mij willen we onder alle titels, methoden en overtuigingen uiteindelijk hetzelfde:
mensen helpen.
Maar wanneer we dat werkelijk menen, moeten we ook bereid zijn onze ego’s, onze machtsposities en onze oude ideeën over geldige kennis onder ogen te komen.
De vraag is niet wie het duurste diploma heeft.
De vraag is wie veilig genoeg is om een ander mens werkelijk te ontmoeten.
Laten we
samen de zorg veranderen
Misschien lees je dit als GZ-psycholoog, psychotherapeut, huisarts, coach, lichaamswerker of een andere professional.
Misschien lees je dit juist als cliënt.
Iemand die jarenlang in behandeling is geweest. Iemand die ontzettend veel heeft gehad aan gesprekken, maar ergens ook voelde dat er nog een laag was die niet werd aangeraakt.
Of misschien juist andersom: iemand die eerst lichaamswerk ontdekte en daarna pas begreep hoeveel een goede psycholoog kon betekenen.
Welke route je ook hebt gelopen, jouw ervaring doet ertoe.
Want zolang we die ervaringen niet met elkaar delen, blijven we denken dat onze eigen manier de enige manier is.
Dus heb jij ooit ervaren dat een psycholoog je enorm heeft geholpen, maar dat je lichaam pas later, via een andere vorm van begeleiding, werkelijk tot rust kwam?
Vertel het.
Niet om iemand af te vallen.
Niet om de reguliere zorg tekort te doen.
Maar juist om zichtbaar te maken dat herstel soms meerdere ingangen kent.
En ben jij behandelaar? Durf dan ook eens aan een cliënt te vragen:
"Is er iets wat jij nog nodig had, wat ik je niet heb kunnen bieden?"
Ik geloof dat juist in het antwoord op die vraag de toekomst van de zorg besloten ligt.
Niet in méér strijd tussen beroepsgroepen.
Niet in hogere muren.
Maar in de moed om van elkaar te leren.
Dus als deze blog je raakt, deel hem. Niet omdat ik gelijk wil krijgen, maar omdat ik hoop dat hij een gesprek opent dat we misschien al veel te lang uit de weg gaan.
Laten we de zorg niet veranderen vóór elkaar.
Laten we haar veranderen mét elkaar.
Behandelaar én cliënt.
Want veiligheid laat zich niet accrediteren.
Veiligheid ontstaat wanneer we bereid zijn elkaar werkelijk te ontmoeten.














