Waarom we ons lichaam minder vertrouwen dan een pil
We voelen het wel, maar we geloven het niet
Soms denk ik dat ik mezelf zou moeten verpakken. In een doosje, met een bijsluiter erbij. Een zorgvuldig uitgeschreven overzicht van mogelijke effecten, in kleine letters, variërend van mild tot intens.
“Let op: deze behandeling kan leiden tot diepe ontspanning, emotionele ontlading, onverwachte inzichten en een lichaam dat weer begint te voelen wat het al die tijd heeft vastgehouden.”
Misschien zouden mensen het dan serieuzer nemen. Misschien zouden ze het sneller vertrouwen.
Wat we zijn gaan vertrouwen
Er zit iets fascinerends in de manier waarop we zijn gaan vertrouwen op een pil.
Klein, verpakt in plastic, voorzien van een bijsluiter die zo uitgebreid is dat je er zonder moeite een muur mee zou kunnen behangen.
We lezen over bijwerkingen. Over risico’s. Over alles wat er mogelijk mis kan gaan.
En toch nemen we het, vaak zonder aarzeling.
Omdat het ons wordt aangereikt als oplossing.
Omdat het een naam heeft die we kunnen uitspreken.
Omdat het past binnen een systeem dat we hebben leren vertrouwen.
Dat systeem heeft ons veel gebracht.Het heeft kennis gebracht, structuur, veiligheid en in veel gevallen ook verlichting.
En ergens, bijna ongemerkt, is er in datzelfde proces ook iets verschoven. De focus is steeds verder komen te liggen op het behandelen van klachten, het beheersen van symptomen en het creëren van controle. Terwijl de oorsprong van genezing ooit veel dichter lag bij het ondersteunen van het lichaam zelf.
Bij het luisteren.
Bij het versterken van wat er al is.
Bij het samenwerken met een systeem dat van nature gericht is op herstel.
Die beweging van ondersteunen naar overnemen, van luisteren naar beheersen, heeft ons veel gebracht. En tegelijkertijd heeft het ook afstand gecreëerd.
Afstand tot de oorsprong.
Afstand tot het lichaam.
Afstand tot het directe vertrouwen in wat we zelf kunnen voelen.
De eed van Hippocrates
Wat ik daarin zelf altijd bijzonder vind, is de oorsprong van de eed die artsen afleggen.
De eed van Hippocrates ontstond in een tijd waarin genezing niet los stond van de natuur, maar er juist volledig mee verweven was. Waarin het lichaam werd gezien als een intelligent systeem dat ondersteund kon worden met wat de aarde zelf voortbracht.
De intentie was helder: dienen, niet schaden, en werken in afstemming met het leven zelf.
Wanneer je dat beseft, voelt het bijna paradoxaal hoe ver we daar soms van verwijderd zijn geraakt. Alsof we zijn gaan vertrouwen op de afgeleide vorm, en de oorsprong langzaam uit het zicht is verdwenen.
Niet omdat het er niet meer is, maar omdat we het zijn verleerd om het als zodanig te herkennen.
“The natural healing force within each one of us is the greatest force in getting well.”
— Hippocrates

Het lichaam vergeet niets
Het lichaam reageert op wat het meemaakt.
Het lichaam slaat op wat niet verwerkt kan worden.
En het lichaam laat los wanneer het daar de ruimte en veiligheid voor krijgt.
Het is een intelligent systeem, voortdurend in beweging, altijd gericht op balans en herstel.Tegelijkertijd voltrekt dat proces zich grotendeels buiten ons zicht. Het laat zich niet altijd vangen in meetbare waarden, duidelijke labels of een diagnose die we kunnen benoemen.
Juist daar ontstaat vaak de twijfel. Op het moment dat er wél iets verandert, maar we het niet direct kunnen verklaren.
Wanneer we het voelen, maar het niet kunnen onderbouwen. Wanneer het subtiel is, en daardoor bijna ongemerkt.
Zelfs dan zijn we geneigd om het in twijfel te trekken. Niet omdat het er niet is, maar omdat we het zijn verleerd om datgene wat we voelen als waarheid te erkennen.
Het moment waarop we het voelen…en het toch ontkennen
Hij ligt op de tafel, zijn handen losjes naast zijn lichaam.
In het begin nog licht gespannen. Alsof zijn lichaam niet helemaal zeker weet of het zich al mag overgeven. Zijn adem zit hoog. Kort. Beheerst. We zeggen niet veel.
De klanken vullen de ruimte, zacht en dragend. Trillingen die niet alleen hoorbaar zijn, maar voelbaar doorwerken in het lichaam.
Langzaam verandert er iets. Zijn adem zakt. Zijn schouders worden zwaarder. De spanning die eerst nog subtiel aanwezig was, begint plaats te maken voor iets anders.
Ruimte.
Ergens halverwege zie ik het gebeuren. Een kleine beweging in zijn gezicht. Zijn kaken die iets loslaten. Zijn voorhoofd dat verzacht.
Zijn lichaam begint te reageren op iets wat zijn hoofd nog niet begrijpt.
Na afloop blijft hij nog even liggen. Alsof hij terug moet komen van een plek waar hij een tijd niet is geweest.
Wanneer hij zijn ogen opent, kijkt hij me even aan en zegt:
“Dit is wel bijzonder…ik voelde van alles, zag allerlei kleuren. Alsof er iets verschoof. Zo'n diepe ontspanning die ik in geen jaren heb ervaren”
Een korte stilte volgt. Dan gaat hij zitten, haalt zijn schouders iets op en voegt er bijna automatisch aan toe:
“Maar dat zal wel toeval zijn.”
En daar is het. Dat ene moment. Waarin alles wat net gevoeld is, in een paar seconden wordt teruggebracht tot iets kleins. Iets wat geen betekenis hoeft te hebben. Niet omdat het er niet was. Niet omdat het niet echt was, maar omdat het niet past binnen wat we hebben geleerd te vertrouwen.
Dit zie ik vaker. Dat iemand iets ervaart wat hij of zij niet kan ontkennen. Dat het lichaam duidelijk laat voelen dat er iets verandert.
En dat het hoofd er direct overheen beweegt. Het probeert het te begrijpen. Het probeert het te verklaren. En als dat niet lukt, wordt het zachter gemaakt. Kleiner. Minder belangrijk.
We zijn zo gewend geraakt om te vertrouwen op wat van buiten komt, dat het soms bijna ongemakkelijk voelt om te vertrouwen op wat van binnen gebeurt. Zelfs wanneer het lichaam het ons al laat zien.
Niet tegenover elkaar, maar naast elkaar

Laat één ding helder zijn.
De reguliere zorg heeft een belangrijke plek. In veel situaties is zij onmisbaar. Er is kennis, ervaring en toewijding die elke dag opnieuw het verschil maken voor mensen.
Het is niet iets wat ontkend hoeft te worden. Integendeel.
En tegelijkertijd voelt het soms alsof er een scheiding is ontstaan die nooit zo bedoeld was. Alsof er gekozen moet worden tussen twee werelden. Tussen wat we “regulier” noemen en wat vaak wordt weggezet als “alternatief”.
Terwijl die twee, in de basis, veel dichter bij elkaar liggen dan we zijn gaan geloven. Veel van wat binnen de reguliere geneeskunde wordt toegepast, vindt zijn oorsprong in wat er al duizenden jaren werd gebruikt. In planten, kruiden, natuurlijke extracten en het ondersteunen van het lichaam zelf.
Dat fundament is niet verdwenen. Het heeft alleen een andere vorm gekregen.
Wat opvalt, is dat er vanuit de alternatieve hoek zelden wordt ontkend dat de reguliere zorg waardevol is. Er is respect voor wat er mogelijk is.Voor wat er gedaan kan worden wanneer het echt nodig is.
De beweging lijkt echter minder vaak de andere kant op te gaan.
Alsof er minder ruimte is om te erkennen dat ook buiten de bekende kaders iets kan bestaan wat werkt. Iets wat niet altijd direct meetbaar is, maar wel voelbaar en zichtbaar in verandering.
Misschien zit daar wel een uitnodiging. Niet om het één boven het ander te plaatsen. Niet om te overtuigen of te bewijzen, maar om weer naast elkaar te durven staan. Met de erkenning dat genezing niet één vorm heeft. Dat het lichaam op meerdere lagen werkt en dat verschillende benaderingen elkaar kunnen versterken, in plaats van uitsluiten.
Want uiteindelijk is er één ding wat beide werelden delen.
De intentie om bij te dragen aan herstel. Aan verlichting. Aan het welzijn van de mens.
En misschien zou het al een verschil maken…als er, naast kennis en controle, ook weer ruimte komt voor vertrouwen.
En jij dan?
Misschien herken je het wel.Dat je iets voelt in je lichaam…een subtiele verandering, een verschuiving, een moment van rust of juist spanning die eindelijk zichtbaar wordt. En dat er vrijwel direct daarna een stem opkomt die het in twijfel trekt.
Die het relativeert.
Die het kleiner maakt.
Die zegt dat het toeval is, of dat het vast ergens anders vandaan komt.
Misschien heb je het al vaker ervaren. Dat je lichaam signalen geeft. Dat het ergens op reageert. Dat het probeert iets duidelijk te maken.
En dat je hoofd er net iets sneller overheen beweegt.
Omdat het logisch wil blijven.
Omdat het zekerheid zoekt.
Omdat het is gewend om te vertrouwen op wat van buiten komt.
Er zit niets verkeerds in dat mechanisme. Het heeft je waarschijnlijk juist geholpen om grip te houden, om te navigeren, om te functioneren in een wereld die vraagt om duidelijkheid en verklaringen. En tegelijk kan het er ook voor zorgen dat je jezelf langzaam een beetje kwijtraakt.
Niet groots of dramatisch, maar subtiel.
In het niet serieus nemen van wat je voelt.
In het blijven zoeken naar bevestiging buiten jezelf.
In het wachten tot iets of iemand anders zegt dat het klopt.
Misschien ligt de uitnodiging wel precies daar.
Niet om alles ineens anders te doen.
Niet om blind ergens in te geloven.
Maar om, heel voorzichtig, weer een klein beetje ruimte te maken voor wat je al weet. Voor wat je lichaam je al laat zien.
Niet als bewijs, maar als begin van vertrouwen.
Misschien is dit het begin
Misschien is het minder ingewikkeld dan we zijn gaan denken.
Misschien vraagt het niet om meer kennis, niet om nog meer verklaringen en ook niet om iemand die het voor ons bevestigt.
Misschien begint het juist hier.
In het opnieuw leren luisteren naar wat er al voelbaar is. Naar wat het lichaam al die tijd al aangeeft. Naar de signalen die vaak zacht beginnen, maar steeds duidelijker worden wanneer we ze serieus nemen.
We hoeven niet alles te begrijpen om te erkennen dat er iets verandert.
We hoeven het niet direct te kunnen verklaren om het waarde te geven.
Dit is dan misschien wel de verschuiving waar we naar terug mogen bewegen.
Dat we stoppen met het direct in twijfel trekken van wat we voelen en beginnen met het voorzichtig weer vertrouwen.
Niet blind. Niet zonder onderscheid, maar aanwezig. Bewust. En in verbinding met ons eigen lichaam.
Want onder alles wat we hebben geleerd, onder alle systemen, verklaringen en overtuigingen, ligt nog altijd hetzelfde fundament.
Een lichaam dat weet.
Dat reageert.
Dat zichzelf probeert te herstellen, telkens weer.
Het enige wat het lichaam nodig heeft, is dat we luisteren, dat we het werkelijk zien en niet pas stilstaan wanneer we niet meer verder kunnen. Zodat we al bij het eerste signaal kunnen handelen.
Wanneer heb jij voor het laatst iets gevoeld en het daarna toch in twijfel getrokken?
Wat zou er gebeuren als je dat gevoel dit keer niet weg relativeert, maar er even bij blijft?
Mijn uitnodiging voor jou
Misschien voel je, ergens tijdens het lezen, dat er iets in beweging komt.
Geen groot inzicht. Geen antwoord in woorden, maar een subtiele verschuiving. Een moment van herkenning.
Dat is vaak waar het begint. Niet in het begrijpen, maar in het toelaten.
Als je merkt dat je lichaam al langer signalen geeft en je voelt dat het tijd is om daar niet langer overheen te bewegen…
Dan nodig ik je uit om het te komen ervaren. In mijn praktijk werken we niet vanuit het oplossen, maar vanuit het opnieuw verbinden.
Met je lichaam.
Met wat er vastzit.
Met wat gevoeld wil worden.
Zodat jouw systeem weer kan doen wat het van nature al kan: herstellen.
Je bent welkom.
→
Plan hier je sessie
→
Of stuur me een berichtje als je eerst wilt afstemmen














