De overgang: wanneer je lichaam niet langer op reserve wil leven
Over niet gek zijn, thuiskomen in je eigen kern en de kroon van de Crone.
Misschien ben je niet ineens minder sterk.
Misschien kan je lichaam gewoon niet langer verbergen hoe lang je al sterk hebt móéten zijn.
Hoe lang je bent doorgegaan terwijl je moe was. Hoe vaak je je grenzen hebt verlegd omdat het werk af moest, de kinderen je nodig hadden, je ouders zorg vroegen of je de rust wilde bewaren.
En misschien komt er een moment waarop dat niet meer lukt.
Niet omdat je faalt, maar omdat je lichaam weigert om nog langer op reservebrandstof te leven.
Ik weet niet of ik al door de overgang heen ben

In 2017 onderging ik een totale hysterectomie. Mijn baarmoeder en baarmoederhals werden verwijderd. Ook één eierstok werd weggehaald; één eierstok bleef achter.
De operatie kostte me bijna mijn leven. De endometriose bleek al jarenlang veel meer schade te hebben aangericht dan ik wist. Maar dat is een ander verhaal. Een verhaal dat ik op een ander moment nog met je zal delen. Sinds de operatie menstrueer ik, logischerwijs, niet meer. Daardoor kan ik niet aan mijn cyclus aflezen of ik in de overgang ben, wanneer die begonnen is of dat ik er misschien al doorheen ben.
Omdat één eierstok is achtergebleven, kan mijn lichaam na de operatie hormonen zijn blijven aanmaken. Tegelijkertijd kan de overgang na een hysterectomie eerder beginnen, ook wanneer één of beide eierstokken behouden zijn gebleven.
Misschien ben ik dus al jaren in de overgang. Misschien beweeg ik er nog middenin. Ik durf het werkelijk waar niet te zeggen.
Ik weet wel dat er na mijn operatie veel in beweging is gekomen. Niet alleen lichamelijk, maar ook in mijn leven.
Is het toeval dat ik uiteindelijk de moed vond om de knoop door te hakken en te scheiden?
Is het daarom dat ik nog steeds op reis ben? Letterlijk en figuurlijk. Dat ik nieuwe kanten van mezelf ontdek en steeds opnieuw onderzoek wat werkelijk bij mij past?
Ik kan niet zeggen dat de overgang dat heeft veroorzaakt. Maar misschien heeft deze levensfase het wel moeilijker gemaakt om te blijven leven in iets wat niet meer klopte. Misschien kon ik mezelf niet langer overtuigen om genoegen te nemen met een leven waarin ik mezelf maar gedeeltelijk ontmoette.
Toen ik steeds meer verhalen hoorde van vrouwen in mijn praktijk en om mij heen, groeide mijn nieuwsgierigheid.
Waarom lijkt de ene vrouw bijna fluitend door de overgang heen te bewegen, terwijl een andere vrouw zichzelf volledig kwijtraakt?
Waarom heeft de één af en toe een opvlieger, terwijl een ander niet meer slaapt, nauwelijks kan nadenken, snel overprikkeld raakt en haar eigen emoties niet meer herkent?
Waarom voelt deze fase voor sommige vrouwen niet alleen als een lichamelijke verandering, maar als het opnieuw bekijken van hun hele leven?
En waarom lijkt de overgang zoveel vrouwen naar binnen te trekken?
Naar de vraag: Wie ben ik eigenlijk, wanneer ik niet alleen degene ben die zorgt, draagt en beschikbaar is?
Je bent niet gek!
Laat ik daar heel duidelijk over zijn.
Overgangsklachten zijn niet ingebeeld.
Ze zijn niet overdreven.
En ze betekenen niet dat je zwak bent.
Tijdens de overgang verandert de aanmaak van hormonen, waaronder oestrogeen. Dat kan onder andere invloed hebben op de temperatuurregeling van het lichaam. Daardoor kunnen opvliegers en nachtzweten ontstaan.
Wanneer je nachten worden onderbroken door warmte, zweten of onrust, kan dat grote gevolgen hebben. Slecht slapen kan je moe, somber, verdrietig of sneller boos maken. Ook vergeetachtigheid, angst en spier- of gewrichtspijn worden door vrouwen rond de overgang genoemd, al is niet bij iedere klacht duidelijk of zij rechtstreeks door de hormonale veranderingen wordt veroorzaakt.
Je stelt je dus niet aan wanneer je minder kunt verdragen.
Je bent niet gek wanneer je ineens huilt om iets wat je vroeger zonder moeite van je af liet glijden.
Je bent niet zwak wanneer drukte, geluid, werk of sociale afspraken je sneller uitputten.
Je lichaam verandert.
Je slaap kan veranderen.
Je brein past zich aan.
En daarmee kan ook je draagkracht veranderen.

Niet iedere klacht die rond deze leeftijd ontstaat, komt automatisch door de overgang. Nieuwe, ernstige of aanhoudende klachten verdienen medisch onderzoek. Maar, het tegenovergestelde is ook waar: we moeten niet alles wat vrouwen in deze fase ervaren wegwuiven als aanstellerij, ouder worden of “iets tussen de oren”.
Het lichaam bestaat niet uit losse delen.
Hormonen, slaap, stress, gedachten, emoties, relaties en alles wat je hebt meegemaakt, bewegen met elkaar mee.
Waarom raakt het de ene vrouw zoveel harder?
Als hormonen het hele verhaal zouden zijn, zou je misschien verwachten dat iedere vrouw ongeveer dezelfde klachten krijgt.
Maar zo werkt het niet.
De ene vrouw merkt nauwelijks iets.
De ander wordt jarenlang uit haar slaap gehouden.
De één voelt zich af en toe warm.
De ander voelt zich lichamelijk, mentaal en emotioneel volledig ontregeld.
Ook de duur verschilt sterk. In een groot onderzoek waarin vrouwen jarenlang werden gevolgd, was de gemiddelde duur van regelmatige opvliegers en nachtzweten 7,4 jaar (holy gucamole!). De ene helft van de vrouwen had korter klachten, de andere helft langer. Dat is niet “even”.
Toch wordt er nog vaak luchtig over de overgang gesproken.
Een beetje zweten. Een korter lontje. Even volhouden en dan is het voorbij.
Maar misschien is de vraag niet alleen wat de hormonen doen.
Misschien moeten we ook vragen: In welk lichaam komen deze veranderingen terecht?
Een uitgerust lichaam? Een lichaam dat voldoende steun heeft gekregen? Of een lichaam dat al jarenlang op wilskracht draait?
Hoe vol was je emmer al?
Ik zie de overgang steeds meer als een fase waarin het lichaam minder ruimte heeft om te blijven compenseren.
Misschien heb je jarenlang veel opgevangen.
Stress.
Zorg.
Rouw.
Verantwoordelijkheid.
Gebroken nachten.
Werkdruk.
Zorgen om geld.
De emoties van anderen.
Misschien was jij degene die alles regelde. Degene die wist waar iedereen moest zijn, wat er nodig was en hoe problemen opgelost konden worden.
Misschien voelde je feilloos aan wat een ander nodig had, maar stond je nauwelijks stil bij wat jij nodig had.
Niet alles wat je draagt, heb je bewust gekozen. Doorgaan was misschien ooit noodzakelijk. Je aanpassen hielp je mogelijk om strijd of afwijzing te voorkomen. Zorgen voor anderen gaf je betekenis, verbinding of een gevoel van veiligheid.
Maar wat ooit hielp, kan op een ander moment te zwaar worden. En dan, dan "ineens" komt daar de overgang.
Niet in een leeg lichaam, maar in een lichaam dat al een heel leven draagt.
Mijn these is daarom niet dat stress of trauma de overgang veroorzaken. Ook niet dat je geen klachten zou hebben wanneer je maar beter naar jezelf had geluisterd.
Mijn these is deze:
De overgang veroorzaakt niet alles, maar kan wel zichtbaar maken waar je lichaam al veel langer onder druk stond.
Onderzoek laat inderdaad verbanden zien tussen ervaren stress, eerdere zware ervaringen en de ernst waarmee vrouwen overgangsklachten beleven. Dat bewijst geen eenvoudige oorzaak en gevolg, maar het laat wel zien dat de overgang niet losstaat van de geschiedenis en omstandigheden van een vrouw.
Je hormonen doen mee.
Je slaap doet mee.
Je zenuwstelsel doet mee.
Je gevoel van veiligheid doet mee.
Je relaties doen mee.
Je levensgeschiedenis doet mee.
Je draagkracht doet mee.
Het zit niet tussen je oren.
Maar je hele systeem is wel betrokken.

Was de burn-out misschien al langer onderweg?
Tijdens mijn zoektocht stuitte ik op een artikel over een burn-out door de overgang.
Ik begreep direct wat daarmee bedoeld werd. Overgangsklachten kunnen je slaap verstoren, je energie verminderen en de hoeveelheid prikkels die je kunt dragen veranderen. Wat vóór die tijd nog nét lukte, kan ineens te veel worden. Toch bleef ik op de formulering haken.
Want wat als de overgang de burn-out niet ineens veroorzaakt?
Wat als de burn-out al jaren op de loer lag?
Wat als je al die tijd op reservebrandstof leefde, maar nog steeds een manier vond om door te gaan?
Nog één afspraak.
Nog één probleem oplossen.
Nog één nacht te weinig slapen.
Nog één keer over je grens.
Je lichaam gaf misschien al langer signalen, maar je kon ze nog overstemmen.
Met wilskracht.
Met koffie.
Met verantwoordelijkheid.
Met de gedachte dat het later vanzelf rustiger zou worden.
En toen veranderden je hormonen. Je nachten werden onrustiger, je concentratie nam af en je zenuwstelsel raakte sneller vol.
Misschien trok de overgang niet ineens de stekker eruit. Misschien nam ze het laatste stukje reserve weg waarmee je jezelf al die jaren overeind had gehouden.
Onderzoek laat zien dat ernstigere overgangsklachten kunnen samenhangen met meer uitputting en burn-outklachten op het werk. Dat betekent niet dat overgang en burn-out hetzelfde zijn, maar wel dat ze elkaar kunnen versterken. De vraag is dan niet alleen:
"Hoe krijg ik mijn oude energie zo snel mogelijk terug?"
Maar ook: Wil ik werkelijk terug naar de manier waarop ik vóór deze uitputting leefde?
Naar altijd beschikbaar zijn?
Naar herstel uitstellen tot alles af is?
Naar meer energie uitgeven dan je werkelijk bezit?
Misschien vraagt je lichaam niet om de oude situatie te herstellen, maar vraagt het om een andere manier van leven.
Misschien is juist de beweging naar binnen zo moeilijk
Misschien is het niet de beweging naar binnen zelf die mij het meest bezighoudt.
Misschien is het vooral de vraag waarom die beweging voor zoveel vrouwen zo moeilijk is.
Tijdens de overgang wordt het lastiger om te blijven leven zoals je altijd hebt geleefd. Je kunt je minder makkelijk aanpassen. Minder vanzelfsprekend alles dragen. Minder lang doorgaan terwijl je lichaam allang iets anders zegt.
En ineens komen er vragen omhoog waar je misschien jarenlang geen ruimte voor had:
"Wat wil ík eigenlijk? Wat heb ik nodig? Waar ligt mijn grens? Wat klopt nog voor mij, en wat niet meer?"
Dat klinkt misschien als vrijheid, maar wanneer je je hele leven vooral naar buiten gericht bent geweest, kan het juist ontzettend verwarrend zijn. Wat als je precies weet wat je kinderen, je partner, je ouders, je collega’s of je cliënten nodig hebben, maar niet goed weet wat jij zelf nodig hebt?
Wat als zorgen, dragen en aanpassen zo vanzelfsprekend zijn geworden dat je niet meer weet wie je bent wanneer je daarmee stopt?

Dan voelt naar binnen keren niet meteen als thuiskomen. Misschien voelt het eerst als onrust. Als boosheid. Als leegte. Als verdriet. Als het besef dat iets niet meer klopt, zonder dat je al weet wat ervoor in de plaats moet komen.
Ik vroeg me af of de daling van oestrogeen deze beweging rechtstreeks veroorzaakt. Of minder oestrogeen ervoor zorgt dat we minder vanzelfsprekend in de zorgstand staan en onze aandacht meer naar binnen richten. Zo eenvoudig blijkt het echter niet te zijn.
Menselijk gedrag wordt niet door één hormoon bepaald. Wel weten we dat de overgang niet alleen iets verandert in de eierstokken. Ook het brein en het hele lichaam passen zich aan de veranderende hormonen aan. Dat kan invloed hebben op je slaap, concentratie, stemming, energie en de manier waarop je prikkels verwerkt. En misschien zit daar een deel van de verklaring.
Wanneer je slechter slaapt, sneller overprikkeld raakt en minder energie hebt, blijft er minder ruimte over om jezelf te blijven negeren.
Het wordt moeilijker om eindeloos te geven.
Moeilijker om je grenzen niet te voelen.
Moeilijker om ja te zeggen terwijl alles in jou nee roept.
Daar komt bij dat de overgang meestal plaatsvindt in een fase waarin veel vrouwen al tientallen jaren hebben gezorgd.
Voor kinderen. Voor een partner. Voor ouders. Voor werk. Voor het gezin.
En juist in diezelfde periode beginnen rollen te verschuiven.
Kinderen worden ouder of gaan het huis uit. Ouders hebben meer zorg nodig of vallen weg. Relaties worden opnieuw bekeken. Werk dat ooit paste, voelt misschien leeg. Het lichaam verandert.
De rollen waaraan je jarenlang houvast ontleende, bieden misschien niet meer dezelfde richting.
En dan komt de vraag dichterbij: Wie ben ik wanneer ik niet alleen degene ben die zorgt, draagt en beschikbaar is?
Misschien is dat waarom deze fase zo ontregelend kan zijn. Niet alleen omdat je lichaam verandert. Maar omdat je niet meer op dezelfde manier van jezelf weg kunt bewegen.
De overgang kan je naar binnen trekken voordat je weet hoe je daar moet zijn.
Ze kan je confronteren met verlangens die je hebt uitgesteld, grenzen die je hebt overschreden en keuzes die niet langer bij je passen.
Dat kan voelen als verlies.
Als het wegvallen van de vrouw die je dacht te moeten zijn.
Maar misschien ontstaat de beweging naar binnen niet door één hormoon of één gebeurtenis. Misschien ontstaat ze door alles wat in deze levensfase samenkomt: een veranderend lichaam, een brein dat zich aanpast, minder beschikbare energie, jarenlange zorg en verantwoordelijkheid, rollen die verschuiven, opgebouwde levenservaring en het groeiende besef dat je tijd en energie niet eindeloos zijn.
Misschien is het dus niet vreemd dat deze fase schuurt.
Je wordt niet alleen gevraagd om anders voor je lichaam te zorgen.
Je wordt ook uitgenodigd om opnieuw te ontdekken wie jij bent.
Niet vanuit wat er van je wordt verwacht.
Niet vanuit wie jou nodig heeft.
Maar vanuit wat er diep vanbinnen werkelijk klopt.
En misschien is juist dát het moeilijke én het bevrijdende van de overgang:
dat je steeds minder kunt leven vanuit de buitenwereld, terwijl je nog moet leren hoe het is om werkelijk vanuit jezelf te leven.
We hebben geleerd onze kroon kleiner te maken
We beleven de overgang niet los van de wereld waarin we zijn opgegroeid. Veel vrouwen hebben geleerd dat hun waarde ligt in jong blijven, aantrekkelijk zijn, zorgen, beschikbaar zijn en niet te veel ruimte innemen.
In meebewegen.
Niet te luid zijn.
Niet te moeilijk worden.
De behoeften van anderen aanvoelen.
En, vooral doorgaan.
Daar zit een patriarchale onderlaag in. Niet als simpele beschuldiging aan mannen, maar als een oud maatschappelijk systeem waarin de waarde van vrouwen vaak werd verbonden aan jeugd, vruchtbaarheid, schoonheid en dienstbaarheid.
Ook de medische blik op de menopauze heeft een geschiedenis. In de twintigste eeuw werd de overgang steeds vaker beschreven als een hormoontekort dat gecorrigeerd moest worden. Het invloedrijke boek Feminine Forever uit 1966 hielp het idee verspreiden dat oestrogeen een vrouw langer jong, aantrekkelijk en vrouwelijk kon houden. Daaronder ligt een pijnlijke boodschap:
Alsof een vrouw minder vrouw wordt wanneer haar vruchtbare jaren voorbij zijn.
Dat betekent niet dat hormoontherapie verkeerd is. Medische behandeling kan voor sommige vrouwen veel verlichting geven.
Het betekent wel dat we mogen onderzoeken welke beelden we over ouder worden hebben meegekregen.
Dat minder energie hebben falen betekent.
Dat grenzen stellen egoïstisch is.
Dat minder beschikbaar zijn betekent dat je minder liefdevol bent geworden.
Want wat gebeurt er wanneer een vrouw die altijd gewaardeerd werd om wat zij gaf, ineens gaat voelen wat zíj nodig heeft?
Dat kan bevrijdend zijn.
Maar ook schuldgevoel, twijfel en weerstand oproepen.
Niet alleen bij haarzelf, maar ook bij de mensen die gewend waren aan haar beschikbaarheid.
Van Maiden naar Mother naar Crone
Binnen hedendaagse vrouwelijke spiritualiteit wordt vaak gesproken over drie archetypen: de Maiden, de Mother en de Crone.
Niet als vaste hokjes waar iedere vrouw precies in moet passen. En ook niet omdat iedere vrouw letterlijk moeder is of wil worden.
Het zijn beelden voor verschillende bewegingen in een vrouwenleven.
Als Maiden was ik eigenwijs.
Wild. Ik paste niet altijd in het perfecte plaatje en had daar ook niet altijd behoefte aan. Er zat vuur in mij. Een verlangen om zelf te ontdekken en mijn eigen weg te gaan.
In de fase van de Mother wilde ik juist wél in het plaatje passen.
Huisje, boompje, beestje.
Ik wilde een thuis bouwen. Zorgen. Dragen. Een gezin creëren. Ergens bij horen.
En misschien ben ik onderweg ook gaan geloven dat het plaatje belangrijker was dan wat ik werkelijk voelde.
Dat volhouden hetzelfde was als liefde.
Dat trouw zijn betekende dat ik ook trouw moest blijven aan een vorm die mij niet meer paste.
Inmiddels voel ik mij Crone.
Niet omdat ik alles weet en zeker niet omdat mijn zoektocht voltooid is. Juist niet.
Ik ben nog steeds op reis. Ik ontdek nog steeds nieuwe delen van mezelf. Ik stel nog steeds vragen en kom mezelf soms stevig tegen.
Maar ik voel al een aantal jaren de Wijze Vrouw in mij.
De vrouw die patronen herkent.
Die niet meer overal op hoeft te reageren.
Die weet dat niet alles gered hoeft te worden.
Die steeds minder kiest voor wat van haar verwacht wordt en steeds meer voor wat waar voelt.
In hedendaagse spirituele tradities wordt de Crone gebruikt als een positief beeld van ouder worden: niet als de afgeschreven oude vrouw, maar als de vrouw van ervaring, waarheid en innerlijk weten.
Misschien ben ik al door de overgang heen.
Misschien beweeg ik er nog middenin.
Maar in de Crone heb ik mezelf gevonden. En misschien is dat wel belangrijker dan precies kunnen aanwijzen op welke dag mijn overgang begon.
De Crone draagt haar kroon
De Crone vraagt niet voortdurend: Hoe zorg ik ervoor dat iedereen tevreden blijft?
Zij vraagt: Wat is waar?
Niet: Hoe zorg ik dat ik blijf voldoen? Maar: Wat wil er nu door mij geleefd worden?
Dat klinkt krachtig, maar de weg daarnaartoe kan rauw zijn.
Om dichter bij je waarheid te komen, moet je misschien eerst zien waar je jarenlang bij jezelf vandaan bent gegaan.
Waar je ja zei terwijl je nee voelde.
Waar je stilbleef om de harmonie te bewaren.
Waar je sterk bleef terwijl je steun nodig had.
Waar je jezelf kleiner maakte om in het plaatje te passen.
De Crone maakt je niet minder liefdevol.
Ze laat je zien dat liefde zonder grenzen uiteindelijk zelfverlating kan worden.
Ze maakt je niet minder zorgzaam.
Ze nodigt je uit om jezelf eindelijk mee te nemen in die zorg.
En misschien is dát de kroon.
Niet dat je boven andere vrouwen staat.
Niet dat je alles hebt opgelost.
Maar dat je niet langer wacht tot iemand anders je toestemming geeft om volledig in je eigen leven te gaan staan.
Ik wil dat iedere vrouw haar kroon kan dragen.
Niet pas wanneer ze nergens meer last van heeft.
Niet pas wanneer ze alle antwoorden kent.
Maar juist midden in de verandering.
Midden in het niet-weten.
Midden in het afleggen van alles wat niet meer past.
Je bent niet gek. Je bent aan het veranderen
Wanneer jij jezelf op dit moment niet herkent, betekent dat niet dat je kapot bent.
Wanneer je lichaam harder spreekt dan vroeger, betekent dat niet dat het je in de steek laat.
Wanneer je minder kunt dragen, ben je niet minder sterk.
Misschien ben je uitgeput.
Misschien veranderen je hormonen.
Misschien heb je medische ondersteuning nodig.
Misschien leef je al veel te lang op reserve.
En misschien is er ook een deel van jou dat niet langer bereid is zichzelf te verlaten.
Je hoeft daar geen mooi spiritueel verhaal van te maken.
De overgang kan rauw, pijnlijk en ontregelend zijn. Soms is er geen diepere boodschap nodig. Soms heb je vooral goede medische begeleiding, rust en eindelijk een nacht slaap nodig. Maar naast de klacht mag ook een vraag bestaan: Wat kan in mijn leven niet meer op dezelfde manier verder?
Misschien is de overgang niet de fase waarin je als vrouw langzaam verdwijnt.
Misschien is het de fase waarin je steeds duidelijker verschijnt.
Van toestemming vragen, naar innerlijk weten.
Van aanpassen, naar jezelf bewonen.
Van je waarde bewijzen, naar je waarde belichamen.
Van je kroon verstoppen, naar haar eindelijk dragen.
Mini-reflectie:
Hoe lang leef jij misschien al op reservebrandstof?
Waar in je leven zegt je lichaam inmiddels nee, terwijl jij nog probeert ja te zeggen?
Wie ben jij wanneer je niet alleen degene bent die zorgt, draagt en beschikbaar is?
En welke kroon ligt er misschien al jaren op jou te wachten?
Voel je dat jouw lichaam je ergens naartoe wijst?
Misschien herken je dat je lichaam al langer signalen geeft, maar vind je het lastig om werkelijk te vertragen en te voelen wat eronder ligt.
Misschien heb je al veel gedaan.
Je hebt gelezen.
Gepraat.
Patronen aangekeken.
Keuzes gemaakt.
Grenzen leren stellen.
Misschien heb je therapie gevolgd, coaching gehad of op een andere manier hard aan jezelf gewerkt.
En toch kan er een moment komen waarop je merkt dat begrijpen alleen niet meer genoeg is.
Dat je lichaam nog iets anders vraagt.
Niet nóg harder werken aan jezelf.
Maar zakken.
Voelen.
Ruimte maken voor wat zich niet alleen in woorden laat vangen.
In mijn 1-op-1 begeleiding luister ik samen met jou naar wat jouw lichaam vertelt. Zacht, eerlijk en zonder dat je iets hoeft te forceren.
We kijken niet alleen naar wat er speelt, maar ook naar wat jouw lichaam nodig heeft om weer meer ruimte, rust en richting te ervaren.
Voel je dat dit iets in jou raakt, maar weet je nog niet goed welke vorm van begeleiding bij je past?
Dan kun je ook eerst een gratis en vrijblijvende intake plannen. We kijken samen waar je nu staat, wat je nodig hebt en of mijn begeleiding daarbij past.
En misschien voel je dat je niet alleen een sessie nodig hebt, maar werkelijk even uit je dagelijkse leven wilt stappen.
Ruimte om niet te hoeven zorgen.
Niet te hoeven dragen.
Niet te hoeven weten wat de volgende stap is.
Tijdens het SOUL Retreat creëren we die ruimte.
Niet om jezelf opnieuw te verbeteren, maar om dichter te komen bij wie je onder alle rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen al bent.
Misschien staat de overgang niet los van jouw reis.
Misschien is dit juist de fase waarin alles wat je al hebt geleerd dieper in je lichaam mag landen.
Waar je niet alleen weet dat je anders wilt leven, maar het ook werkelijk gaat voelen.
Voel je dat SOUL iets in jou raakt? Lees hier meer over het retreat via de onderstaande knop














